Beleef middeleeuws Cahors. Loop mee door de oude wijken
van Cahors en beleef hoe Cahors er in de middeleeuwen
uitzag en hoe men in die tijd leefde. Ga mee met de
rondleiding die u het Cahors laat zien waar u anders
niet zou komen en waar u ziet wat u in Cahors normaal
gesproken niet zou zien. En laat u de geschiedenis van
Cahors vertellen. Beleef daarmee het middeleeuwse gevoel
van Cahors!
De rondleiding kan een dag van tevoren aangevraagd
worden. In juli en augustus is er veel belangstelling
voor de rondleiding. Bijtijds reserveren is dan een
noodzaak. Bij voldoende belangstelling kan er een
afspraak voor een andere dag worden gemaakt.
e-mail:
cahtavia@orange.fr (hebt u nog vragen, mail dan naar
dit adres)
Een stukje geschiedenis van Cahors
In de 13e en 14e eeuw ontwikkelde Cahors zich snel
door handel en bankieren. De macht van de handelaren
uitte zich in de rijkdom van de huizen. De rijke huizen
in Cahors zijn voor een groot deel opgebouwd uit
baksteen, de arcades en de gebeeldhouwde delen zijn in
natuursteen uitgevoerd. Cahors telde voor het begin van
de honderdjarige oorlog een kleine 15.000 inwoners. In
1345 werd de verdedigingsmuur afgemaakt die in het
noorden (op het hoogste punt van Cahors)van links naar
rechts naar de rivier liep. De stad was daarvoor omgeven
door de Lot en een muur met slotgracht op de plaats waar
nu de boulevard Gambetta loopt. Over de Lot was er
altijd al de “Pont Vieux”, die eind twaalfde eeuw was
gebouwd en die de noord-zuid route met zijn vijf
verdedigingstorens bewaakte. In het begin van de
dertiende eeuw werd Cahors ook aan de oostkant door een
verdedigingsmuur omgeven. Eind 13e eeuw werd de “Pont
Neuf” naar het oosten gebouwd (inmiddels vervangen door
de Pont Cabessut) en in de 14e eeuw werd de westelijke
“Pont Valentré” gebouwd. De laatste is nog steeds in
volle glorie te aanschouwen, met zijn zes bogen en drie
versterkte torens (gerestaureerd in de 19e eeuw).
De glorietijd van Cahors vond plaats aan het einde van
de 13e eeuw en het begin van de 14e eeuw. Een opleving
kwam deels wanneer paus Johannes XXII, afkomstig uit
Cahors (Jean Duèze), er in de 14e eeuw voor zorgt dat er
een karthuizer klooster in de stad komt, dat de stad een
universiteit kreeg en dat er een aanvang gemaakt werd
met allerlei werken (molens, stuwdammen etc.) in en bij
de Lot. Dit leverde de basis op voor het vestigen van
industrie en werkplaatsen in de stad, de basis voor
vernieuwde economische activiteiten.
De honderdjarige oorlog (1337 - 1453) en ook de pest
(zwarte dood), wierpen een halt toe aan de economische
ontwikkelingen van Cahors. Cahors heeft na een drie jaar
durende belegering in 1362 een verbond gesloten met het
leger dat uit Engelsen en uit Fransen uit de Cascogne
bestond. Dat kostte Cahors ontzettend veel geld. De pest
die in het voorjaar van 1348 in de streek arriveerde en
de oorlog, zorgden ervoor dat het inwonertal met
ongeveer de helft werd verminderd naar ongeveer 7500. In
1380 is Cahors helemaal ommuurd: vanaf de Pont Valentré
naar het zuiden en via de oostkant naar het noorden. Van
die 'rempard' (verdedigingsmuur) is weinig bewaard
gebleven. Aan de noordkant resteert nog praktisch de
hele muur met la porte Saint-Michel, de Barbacane en la
Tour des Pendus (de toren van de gehangenen). In het
zuiden resteert slechts het overblijfsel van één van de
drie daar toen gebouwde torens: la tour des Chanoines.
Bezienswaardigheden van Cahors
De oude binnenstad van Cahors is voor een groot deel
bewaard gebleven. Dat ligt in het zuidenwesten van
Cahors: quartier Badernes. Overigens is het oude Cahors
tussen de Boulevard Gambetta (de hoofdstraat midden door
de stad) en de Lot het bekijken waard. In dat deel
liggen onder meer:
de kathedraal (Cathédrale Saint-Étienne)
De kathedraal is een monumentaal bouwwerk, opgebouwd uit
diverse onderdelen uit verschillende tijdperken. Het is
dan ook een verzameling van allerlei verschillende
bouwstijlen van de 11e tot de 17e eeuw. Het schip is
afkomstig van het oude deel in Romaanse stijl, dat in
1119 is ingezegend. Het heeft twee koepels die door de
Byzantijnse bouwstijl is geïnspireerd. In de dertiende
eeuw heeft aan de oostkant (achterkant) een flinke
aanbouw (o.a. torens) plaats gevonden. In de 14e eeuw is
de toren aan de westkant aangebouwd. De ingang verhuisde
daardoor van de noordkant naar de westkant. In de 15e en
16e eeuw is de binnenkant van de kerk verbouwd, met name
in de kapellen. In de 19e eeuw zijn met name de grote
ramen aan de oostkant geïnstalleerd. Er zijn geen ramen
uit de middeleeuwen bewaard gevleven.
la Chantrerie, Musée du Vin, nu een
expositieruimte.
église Saint-Barthélémy
In de 13e eeuw heette de kerk Saint-Étienne de Soubiroux
(Sancti Stephani de Superioribus, ofwel Sint-Stephanus
de Hoogste) om hem te onderscheden van de kathedraal
Saint-Étienne. Want de kerk ligt namelijk hoger dan de
kathedraal.
In de andere delen van de stad is ook nog genoeg te
bekijken:

de Pont Valentré
Deze brug is een schoolvoorbeeld van een middeleeuwse
vestingbrug. De torens moesten de toegang tot de stad
verdedigen. In 1308 is met de bouw van de brug begonnen.
Het bouwen van de brug heeft 70 jaar geduurd, daar is
ook de mythe van de duivel ontstaan. De bouwmeester van
de brug zou zijn ziel aan de duivel verkocht hebben,
maar met een list daar vanaf hebben proberen te komen.
Als represaille brak de duivel elke nacht af wat er de
dag ervoor aan de centrale toren toegevoegd was. Bij de
restauratie in de 19e eeuw is daarom een duivel in de
middelste toren toegevoegd.
Museum Henri Martin
Het museum zit in het voormalige bisschoppelijke paleis.
De vaste collectie is met name enig werk van Henri
Martin (1860-1943), maar er worden daarnaast ook
allerlei exposities van moderne kunstenaars die een band
met de Lot hebben, gehouden.